Maatschappelijke kosten van verspreide bebouwing voor het eerst becijferd
Hoe verspreider de bebouwing, hoe hoger de maatschappelijke kosten

De maatschappelijke kosten voor infrastructuur, mobiliteit en open ruimte liggen een stuk hoger buiten de gebieden met stedelijke kenmerken. Dat blijkt uit een studie die het Departement Omgeving van de Vlaamse overheid met ondersteuning van VITO uitvoerde naar de graad van verspreide bebouwing in Vlaanderen en de daaraan verbonden maatschappelijke kosten. Uit de kosten-batenanalyse naar aanleiding van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, bleek al dat business as usual het duurste scenario is. De nieuwe cijfers tonen nu ook aan dat de maatschappelijke kosten van een verdere versnippering voor mobiliteit, infrastructuur en open ruimte, zeer hoog zullen zijn.
De studie beschrijft de mate van verspreiding van bebouwing binnen Vlaanderen aan de hand van vier indicatoren: ruimtebeslag, dichtheid van bevolking en tewerkstelling en versnippering. Uiteindelijk resulteert dit in een vierdelige typologie waarop de maatschappelijke kosten werden berekend:
1. Stadskernen en gebieden met stedelijke kenmerken;
2. Dorpskernen en stadsranden;
3. Verkavelingen en linten;
4. Verspreide bebouwing.
Op basis van literatuurstudie werden globaal de kosten en baten verkend van heel wat thema’s: infrastructuur, transport en mobiliteit, publieke dienstverlening, gezondheid, sociale effecten, energie-infrastructuur, economische ontwikkeling en behoud van open ruimte. De evolutie van kosten voor de onderzochte thema’s tonen een duidelijke trend aan: hoe verspreider de bebouwing, hoe hoger de maatschappelijke kosten.
Lees hier de volledige studie en de bijhorende conclusies.