PremiumKamerdecoratie

Design Museum Gent heropent met circulariteit in de muren

Na vier jaar van intensieve renovatie en uitbreiding opende Design Museum Gent op 3 oktober 2026 opnieuw zijn deuren. Wat ooit een versnipperd gebouwenensemble was, is nu een vernieuwd, toekomstgericht museum dat geschiedenis, innovatie en duurzaamheid samenbrengt. Wat betekent duurzaamheid? Hoe kunnen we meer circulaire materialen en materiaalstromen inzetten?

In het kort

  • Na vier jaar heropende Design Museum Gent op 3 oktober 2026 met een vernieuwd, toekomstgericht complex in het historische centrum.

  • Een nieuwe vleugel verbindt de gerestaureerde panden en creëert een Museum in de breedte met de binnentuin als oriëntatiepunt.

  • Duurzaamheid is verankerd via het grootste houtskeletgebouw van België en de Gent Waste Brick uit lokale reststromen.

  • Gerestaureerde interieurs en geoptimaliseerde technieken maken het museum future proof voor klimaat, akoestiek en veiligheid, geschikt voor internationale collecties.

  • Geïntegreerde 'Special Design Projects' en een communitygerichte visie tonen circulariteit en Belgisch ontwerp als beleefde, gedeelde museumpraktijk.

Museum in de breedte

Design Museum Gent onderging een totale metamorfose met zowel de restauratie van monumentale panden uit de 16e tot 20e eeuw als de toevoeging van een opvallende nieuwe vleugel die het museum een frisse, hedendaagse uitstraling geeft. Het is gelegen in het historisch hart van Gent.

Het museumcomplex vormt een architecturaal ensemble bestaande uit een 18e-eeuws herenhuis Hotel de Coninck, het Letenhuis met zijn 16e-eeuwse kern en een vleugel uit het einde van de 20e eeuw. De nieuwe vleugel verbindt deze gebouwen verder met elkaar waardoor de binnenplaats nu volledig omsloten is. De historische binnentuin fungeert als hart van het museum en duidelijk oriëntatiepunt. Door de grote ramen krijg je vanuit het museum een mooi zicht op de binnentuin dat zo als kompas werkt.

Niet alleen gidst de binnentuin je doorheen het hele gebouw, de nieuwe vleugel verbindt ook alle museumdelen met elkaar. De nieuwe verbinding oogt heel natuurlijk alsof ze er altijd is geweest. Waar je vroeger een verticaal gevoel had in het museum, heerst nu een horizontaal gevoel. Niet voor niets doopten de architecten hun concept om tot ‘Museum in de breedte’.

Geen white cube

De nieuwe vleugel, een ontwerp van Carmody Groarke (VK) en ATAMA (BE), vormt het sluitstuk van de museumsite, samen met de restauratie van de historische gebouwen door RE-ST (BE). Ze zorgt ervoor dat het museum de aansluiting met de 21e eeuw maakt, zowel op het vlak van beleving als maatschappelijk.

“Na een haalbaarheids- en volumestudie samen met het stadsontwikkelingsbedrijf SoGent kenden we het minimumbudget en wisten we hoe hoog en diep we konden bouwen. Na een oproep van de Vlaamse Bouwheer met 96 kandidaturen en na verschillende moeilijke selectierondes, beantwoordde het ontwerp van Carmody Groarke het best aan onze noden. We wilden zeker geen ‘white cube’ maar een ‘community sense making’ museum, een museum dat ontvankelijk is voor verschillende gemeenschappen, weg van het elitaire. Het moest een gebouw zijn waar de bezoeker ook een gebruiker kan worden”, vertelt Katrien Laporte, afscheidnemend directeur.

Future proof

De historische interieurs zijn zorgvuldig gerestaureerd en de toegevoegde ruimtes zijn geoptimaliseerd en future proof gemaakt met aandacht voor klimatisatie, akoestiek en veiligheid. Waar mogelijk zijn materialen hergebruikt en zijn duurzame oplossingen toegepast. Het resultaat is een museum dat in staat is om internationaal belangrijke collecties onder optimale conserveringsomstandigheden te huisvesten en tegelijkertijd de ecologische impact aanzienlijk te verminderen.

Gent Waste Brick

Het museum is schatplichtig aan de bestaande architectuur en de stad waarin het is ingebed, maar ook aan de veranderende behoeften van zijn publiek. Voor de nieuwe vleugel is gekozen voor houtskeletbouw. Het is trouwens het grootste houtskeletgebouw in België.

In de tweede ontwerpfase werd onderzoek gedaan naar een circulaire gevelsteen. Heel veel testen en verschillende samenstellingen gingen vooraf aan de uiteindelijke ‘Gent Waste Brick’. De gevelsteen bestaat voor 63% uit lokale reststromen. Het is een met kalk uitgeharde baksteen geproduceerd uit lokaal ingezameld gemeentelijk afval. De bakstenen zijn niet in ovens gebakken maar harden uit door een energiezuinig hardingsproces. Meer dan 82.000 bakstenen werden lokaal geproduceerd in Het Arsenaal in Gent. De Gentenaars konden live het proces volgen.

De totale gevelcompositie is geïnspireerd op de schaal en het ritme van de gildehuizen en koopmanshuizen van Gent

De afmetingen van de bakstenen komen overeen met die van het 18e-eeuwse Hotel de Coninck, waardoor de oude en nieuwe gevel naadloos in elkaar overvloeien. Ook de witte kleur sluit aan bij de historische huizen aan de Drabstraat. De totale gevelcompositie is geïnspireerd op de schaal en het ritme van de gildehuizen en koopmanshuizen van Gent. Diepe raamkozijnen, uitgesproken afdekkingen en zorgvuldige detaillering geven het gebouw een duidelijke stedelijke uitstraling en een sterke architectonische identiteit.

Wapperend gordijn

Aan de ingang van de nieuwe vleugel staat wel een heel bijzondere poort, een reusachtig gordijn van aluminium. ‘Freeze Frame’ is ontworpen door ‘Unfold’, een Belgische ontwerpstudio en pionier in 3D-printing. De poort is vier meter bij vier meter groot en bestaat uit twaalf 3D-geprinte stukken die vervolgens aan elkaar zijn gelast.

De ontwerpers maakten simulatiebeelden van een wapperend gordijn. Door de bewegende digitale beelden, op het moment dat alle plooien perfect vielen, te bevriezen, ontstond het idee en tevens de naam ‘Freeze Frame’. De poort vormt een dynamisch element in de geometrische architectuur van het gebouw. Overdag zwaait het gordijn open en vormt het een sculpturale wand. ’s Avonds sluit het gordijn en vormt het een monumentale toegangspoort.

Langs deze nieuwe hoofdingang kom je eerst in de zogenaamde Stadskamer waar zich de balie en museumshop bevinden. Opnieuw hebben de architecten samen met de ingenieurs meegewerkt aan de implementatie van de poort in de architectuur.

Speciale designprojecten

Een designmuseum toont niet alleen design, het gebruikt en ademt design. Speciale designprojecten zijn doorheen het hele gebouw geïntegreerd in de architectuur. Het museum wordt zo niet alleen een plek waar design wordt getoond, maar ook waar het wordt beleefd en gedeeld.

“De ‘Special Design Projects’ zijn allemaal projecten die geïntegreerd zijn in de architectuur, telkens in dialoog met het architectenteam. In publieke gebouwen is het meestal de architect die alles ontwerpt. Vanaf het begin had ook Katrien Laporte, afscheidnemend directeur van Design Museum Gent, de visie om circulariteit letterlijk in het gebouw zelf te integreren. En dit zoveel mogelijk door Belgische ontwerpers en zo Belgische ontwerpers een platform te bieden niet alleen in tentoonstellingen maar ook door hen effectief te laten meewerken aan de architectuur van de nieuwe vleugel. De Special Design Projects fungeren als een etalage voor hedendaags Belgisch ontwerptalent. Zo heb ik een concept bedacht ‘From Earth to Sky’, een concept dat meegaat met het gebouw van -1 tot +4”, stelt curator Siegrid Demyttenaere.

From Earth to Sky

De Special Design Projects zijn geen decoratieve toevoegingen aan het gebouw – ze vormen een parallel verhaal dat zich doorheen het hele gebouw uitstrekt. Samen creëren ze lagen waarin materialen, objecten, texturen en ruimtes verwijzen naar grotere vraagstukken zoals ecologie, gebruik en de toekomst.

Curator Siegrid Demyttenaere maakte per verdieping een moodboard rond bepaalde materialen en kleuren. “Op de laagste verdiepingen gaan we naar aardse, tactiele en zware materialen, naar materialen die onder de grond terug te vinden zijn zoals aarde en metalen met telkens de focus op duurzaamheid. Hogerop gaan we naar lichtere, meer sfeervolle ingrepen. Van grondstof tot idee.”

In de kelder fungeren de openbare toiletten als een materialenbibliotheek. Alle toiletwanden zijn op een andere manier bekleed. De tien verschillende wandbekledingen laten zien hoe bio-gebaseerde materialen, gerecyclede oppervlakken en industriële afvalstromen ook geïntegreerd kunnen worden in een openbare ruimte omdat ze voldoen aan de eisen en nodige certificaten zoals brandveilig, vocht bestendig.

Via een QR-code kan je checken welk materiaal gebruikt werd en krijg je het volledig verhaal. Zo zijn er materialen op basis van zeewier, gerecycled textiel, houtvezels, resten keramiek, geupcyclede tegels of industriële bijproducten. Duurzaamheid kan heel veel zijn. Oude dingen een nieuw leven geven, betekent ook duurzaamheid.

“We zijn op zoek gegaan naar oplossingen die future proof zijn. Het is echt een museum van de toekomst. Ik denk dat dit vrij uniek is om deze visie zo door te trekken.”

In de inkomzone zijn gerecyclede, grote houten dakspanten gebruikt. Ze werden eerst verzaagd en met de kopse kant aangebracht als nieuwe wandbekleding. De vloeren in de Stadskamer zijn in terrazzo waarin het werfafval verwerkt is.

De grote balie – een ontwerp van Casimir – is uitgevoerd in massief Europese eik. Casimir is gekend voor zijn ontwerpen in massief eik, een duurzaam materiaal omdat het generaties meegaat.

Een monumentale zuil ‘EARTH Pillar’ van Grond Studio in de Stadskamer vangt alle blikken. Hij is gemaakt van lokaal gewonnen aangestampte aarde gemengd met fragmenten uit de eigen historische muren van het museum. Tijdens het verdichtingsproces schoven de zwaardere stenen geleidelijk naar boven, waardoor een subtiel verloop ontstond. Dit laat zien hoe de structuur tot stand is gekomen. Hier en daar zie je de sporen van tegeltjes, van imperfecties waardoor het een levend materiaal blijft. Volgens ‘Grond Studio’ begint architectuur bij de grond onder onze voeten.

Bovenverdiepingen

De kasten in de workshop ruimte op de tweede verdieping zijn door ‘Onbetaalbaar’ zoveel mogelijk gemaakt met bio-based plaatmateriaal, dit wil zeggen met materialen die uit de natuur komen. De most – afkomstig uit brouwerijen bijvoorbeeld - in combinatie met biohars om uit te harden, kan tot plaatmateriaal worden verwerkt. Ook eierschalen, bessen en pitten kunnen hiervoor gebruikt worden. ‘Onbetaalbaar’ is Belgisch pionier op het vlak van circulaire materialen. In al hun projecten worden die materialen zoveel mogelijk ingezet.

In de lezingzaal hangt een groot gordijn gemaakt van oude traplopers afkomstig van tapijtweverij Louis De Poortere. Het ontwerp is van Chevalier Masson Studio dat aan de slag ging met een gigantische stock oude traplopers. De met 100% wol geweven stof op jute is van een sterke, heel hoge kwaliteit. Traplopers zijn vandaag niet meer gewild. Aan elkaar gestikt vormen de traplopers een perfect akoestisch gordijn. Het nieuwe gordijn vormt tevens een mooie staalkaart van wat de tapijtindustrie in Vlaanderen betekend heeft.

“Met dit soort projecten willen we ook aan ontwerpers de vele mogelijkheden van materialen - die voorhanden zijn – tonen.”

‘Making a Museum’ verschijnt naar aanleiding van de heropening in oktober 2026 van Design Museum Gent. Het boek documenteert de transformatie van een historisch complex in de Gentse binnenstad tot een hedendaags museum. Het project combineert een nieuwe, verbindende vleugel ontworpen door Carmody Groarke en ATAMA met de restauratie van de monumentale panden door RE-ST. Naast architectuur belicht het boek innovatieve processen zoals de ontwikkeling van de circulaire Gent Waste Brick en unieke samenwerkingen met o.a. Bureau Bas Smets en Unfold.

Wat heb je nodig

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
01 oktober 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine