Hittestress wordt de nieuwe bouwnorm
KU Leuven studie brengt risico’s in kaart en reikt oplossingen aan
Wat vandaag uitzonderlijk heet aanvoelt, dreigt binnen enkele decennia structureel te worden. Een nieuwe studie van KU Leuven en Archipelago architects in opdracht van Verozo toont aan dat bij 2 °C tot 3 °C mondiale opwarming quasi elke Belgische woning geconfronteerd wordt met ernstige oververhitting. De boodschap is helder: zonder fundamentele ontwerpkeuzes en aangepaste regelgeving wordt zomercomfort een bepalende randvoorwaarde voor toekomstbestendig bouwen.
voorwaardelijke doelstellingen en langetermijndoelen. De mediane schatting wordt weergegeven als een lijn, en het
waarschijnlijke bereik van mogelijke uitkomsten wordt aangeduid met het ingekleurd vak. Climate Action Tracker
[2025]
Versnellende hittebelasting
De studie van KU Leuven brengt voor het eerst op nationale schaal in kaart wat 2 °C en 3 °C mondiale opwarming concreet betekenen voor Belgische woningen. De cijfers zijn confronterend: waar vandaag slechts een kleine minderheid woningen meer dan 40 dagen per jaar aan buitentemperaturen boven 25 °C wordt blootgesteld, zou dat bij 2 °C opwarming al voor ongeveer één op de vijf woningen gelden. Bij 3 °C stijgt dat aandeel tot negen op de tien.
Tegen 2063 wordt oververhitting structureel in bijna alle woningen
Opvallend is dat de toename niet lineair verloopt. Elke bijkomende tiende graad doet het aantal getroffen woningen disproportioneel groeien. Het koelseizoen – de periode waarin actieve of passieve koeling noodzakelijk wordt – kan bij 3 °C opwarming oplopen tot minstens twee maanden per jaar. Hitte wordt daarmee geen incident meer, maar een structurele belasting van onze gebouwvoorraad.
Van hittegolf tot dagelijkse realiteit
De onderzoekers koppelen hun analyse aan concrete drempelwaarden, zoals het aantal hittegolfdagen. Bij 2 °C opwarming – een scenario dat in het slechtste geval al rond 2039 bereikt kan worden – kunnen tot 11 hittegolfdagen per jaar voorkomen. Dat betekent dat 10 tot 15 keer meer woningen last hebben van meer dan 10 hittegolfdagen per jaar.
In absolute cijfers gaat het om meer dan een half miljoen huizen en ruim 150.000 appartementen. Bij 3 °C opwarming wordt blootstelling aan hittegolfdagen – minstens 10 hittegolfdagen per jaar – de norm in ruim 4,8 miljoen woningen in ons land. Meer dan 90% van het totaal aantal Belgische gemeenten kan dan hittegevoelig zijn. De impact verschuift van een stedelijk fenomeen naar een nationaal vraagstuk.
Nachtelijke warmte als stille risicofactor
Een cruciaal maar vaak onderschat aspect is de nachtelijke temperatuur. Warme nachten verhinderen thermisch herstel van het gebouw én van de gebruiker. Vooral kwetsbare groepen – ouderen, jonge kinderen, chronisch zieken – lopen verhoogd gezondheidsrisico.
Zomercomfort blijft onderbelicht in Belgische woningbouw
De studie wijst erop dat niet alleen piektemperaturen, maar ook het cumulatieve effect van opeenvolgende warme dagen en nachten bepalend is voor binnencomfort. Gebouwen zonder voldoende thermische massa of met beperkte ventilatiemogelijkheden stapelen warmte op. Wat overdag binnenkomt, raakt ’s nachts niet meer weg.
Voor ontwerpers betekent dit dat dynamische simulaties en adaptieve comfortmodellen geen luxe meer zijn, maar noodzakelijke ontwerptools. Zomercomfort moet even onderbouwd en meetbaar worden als winterprestaties.
Een structureel ontwerpprobleem
België beschikt over een heterogene woningvoorraad, met veel naoorlogse en energetisch gerenoveerde gebouwen die primair op warmtevraagreductie zijn geoptimaliseerd. Extra isolatie, luchtdichtheid en grote glaspartijen verhogen in de winter het rendement, maar kunnen in de zomer het risico op oververhitting versterken.
Volgens Joost Declercq (Archipelago architects) zijn passieve maatregelen daarom cruciaal en prioritair: buitenzonwering, doordachte oriëntatie, intensieve nachtventilatie, voldoende thermische massa en groene omgevingsinrichting. Het principe is helder: eerst warmte buiten houden, vervolgens intern opgebouwde warmte passief afvoeren, en pas in laatste instantie actieve koeling inzetten.
Dat sluit aan bij Europese richtlijnen, die een hiërarchie van maatregelen vooropstellen. Actieve koelsystemen verhogen immers de piekbelasting op het elektriciteitsnet en dragen bij tot bijkomende opwarming van de buitenomgeving.
Publieke bouwheren aan zet
Voor publieke bouwheren is dit geen theoretische oefening. Scholen, woonzorgcentra, sociale woningen en overheidsgebouwen huisvesten vaak kwetsbare doelgroepen. Oververhitting vertaalt zich daar niet alleen in comfortklachten, maar ook in gezondheidsrisico’s en verminderde prestaties.
De studie onderstreept het belang van gebiedsgerichte oplossingen. Natuurlijke koeling via bomen of water in de omgeving en door gebouwen zo te oriënteren en slim te ontwerpen dat warmte geen kans krijgt om de woning binnen te dringen, kan de buitentemperatuur lokaal verlagen en zo de thermische belasting op gebouwen beperken. Hitteadaptatie wordt daarmee een ontwerpopgave op schaal van wijk en stad.
Publieke opdrachtgevers beschikken over een hefboom: zij kunnen in bestekken expliciete eisen opnemen rond adaptief zomercomfort, dynamische simulaties verplichten en gunningscriteria koppelen aan robuuste passieve strategieën.
De energietransitie krijgt een nieuwe dimensie: terwijl de verwarmingsvraag afneemt richting 2050 en 2090, stijgt de koelvraag sterk - vooral bij vrijstaande en halfopen woningen
EPB/EPC-hervorming als kantelpunt
De geplande samenvoeging van EPB en EPC tegen 2028 biedt een uitgelezen kans om het zomercomfort een volwaardige plek te geven in de nieuwe regelgeving en zo de uitdaging structureel aan te pakken. Vandaag ligt de nadruk nog sterk op energieverbruik voor verwarming. De nieuwe context vraagt een evenwaardige benadering van koelbehoefte.
Als de energieregelgeving expliciet rekening houdt met oververhittingsrisico’s, kan dat ontwerpers en ontwikkelaars stimuleren om integraal te denken. Niet langer louter kilowatturen reduceren, maar thermisch comfort over het volledige jaar optimaliseren.
Zonder dergelijke beleidsmatige bijsturing dreigt actieve koeling massaal te worden uitgerold, met hogere piekbelasting op het elektriciteitsnet en bijkomende opwarming van de buitenomgeving.
Van mitigatie naar adaptatie
De onderzoekers benadrukken dat mitigatie – het beperken van verdere opwarming – essentieel blijft. Maar zelfs bij ambitieuze klimaatmaatregelen is bijkomende opwarming al deels ingebakken in het systeem. Adaptatie van de gebouwvoorraad is dus onvermijdelijk.
Voor architecten en studiebureaus betekent dit een paradigmashift. Zomercomfort wordt een integraal ontwerpparameter vanaf de eerste schets. Compactheid, gevelontwerp, materiaalkeuze, ventilatiestrategie en landschappelijke inpassing vormen samen een thermisch ecosysteem.
De studie fungeert daarmee als wake-upcall. Niet om paniek te zaaien, maar om tijdig te schakelen. Want wie vandaag ontwerpt voor een klimaat van gisteren, bouwt de problemen van morgen in beton.
Bekijk de volledige studie in bijlage of via deze link.