Hoe plaats je elektriciteit in opbouw?
Wil je slechts een lichte aanpassing doen aan een bestaande elektrische installatie? Of gebeurt de renovatie in een ruimte waar het esthetische niet zo'n grote rol speelt (een garage, een berging, ...)? Dan kan je de kabels ook in opbouw plaatsen in plaats van breekwerken te moeten doen in afgewerkte muren. We geven mee wat de opties zijn.
Wanneer kiezen voor opbouw?
Waarom elektriciteit plaatsen in opbouw?
Elektriciteit in opbouw betekent dat kabels, stopcontacten en schakelaars zichtbaar op de muur worden geplaatst in plaats van erin verwerkt.
Hoewel ingewerkte kabels doorgaans als mooier worden beschouwd, is elektriciteit in opbouw in veel situaties een bijzonder praktische keuze. Je vermijdt het zware en stoffige slijpwerk, waardoor de installatie veel sneller en properder kan verlopen. Bovendien zie je meteen waar de kabels lopen, wat het makkelijker maakt om aanpassingen of uitbreidingen te doen zonder opnieuw muren open te breken. Dat is vooral handig bij renovaties of in ruimtes zoals garages, bergingen en werkplaatsen, waar functionaliteit primeert.
Daarnaast zijn er tegenwoordig stijlvolle materialen en componenten beschikbaar die zorgen voor een verzorgd eindresultaat, zelfs bij een zichtbare installatie. Met een doordachte aanpak kan elektriciteit in opbouw dus niet alleen praktisch, maar ook esthetisch verantwoord zijn.
Met een doordachte aanpak is elektriciteit in opbouw praktisch én esthetisch
De voorbereiding
Ook hier is het belangrijk om eerst een elektriciteitsplan op te stellen, zowel voor een aanpassing op of toevoeging aan een bestaande installatie, als voor een nieuwe installatie in opbouw.
Bepaal vooraf waar je stopcontacten, schakelaars, lichtpunten en andere aansluitpunten wilt voorzien en teken uit hoe je de verschillende stroomkringen wilt laten lopen. Bij een installatie in opbouw is die voorbereiding extra belangrijk: leidingen, kabelgoten, aftakdozen en ander installatiemateriaal blijven immers zichtbaar. Door het traject vooraf goed uit te denken, kun je de leidingen zo logisch, recht en netjes mogelijk plaatsen.
Hou bij het bepalen van de trajecten ook rekening met deuren, ramen, hoeken en andere obstakels, en met de plaats waar je de leidingen kunt bevestigen. Controleer daarnaast of de bestaande installatie en verdeelkast geschikt zijn voor de geplande uitbreiding en welke beveiligingen of bijkomende stroomkringen nodig zijn.
Duid ten slotte nauwkeurig aan waar alle leidingen, dozen en toestellen moeten komen. Zo kun je vooraf bepalen hoeveel materiaal je nodig hebt en verloopt de eigenlijke montage een stuk vlotter.
De materialen: wat heb je nodig?
Uiteraard kan je geen elektriciteit plaatsen zonder je kabels en je contactpunten (stopcontacten en schakelaars).
Montagebuizen
Bij een inbouwinstallatie worden de kabels in de muur ingefreesd en door preflexbuizen getrokken, bij opbouw worden ze bevestigd aan de muur of het plafond in rigidere kunststofbuizen.
PVC-montagebuis
PVC-buizen zijn rechte, licht plooibare kunststofbuizen die met beugels tegen de muur bevestigd. Door deze buizen worden de kabels getrokken. Om de kunststofbuizen op maat te maken kan een buizensnijder of ijzerzaag van pas komen.
PVC-elektriciteitsbuizen of installatiebuizen zijn verkrijgbaar in verschillende diameters. Voor de gangbare XVB-kabels (3G1,5 mm² of 3G2,5 mm²) in huishoudelijke installaties wordt een buisdiameter van 20 mm gebruikt; voor dikkere of meerdere kabels kies je een grotere diameter - 5G2,5 mm² benodigt bijvoorbeeld een buis van minstens 25 mm. Zorg ervoor dat de buis niet te vol zit, zodat de draden gemakkelijk kunnen worden ingetrokken of later vervangen.
Tip
Werk de leidingtrajecten zo recht en overzichtelijk mogelijk uit: dat oogt niet alleen netter, maar maakt het ook eenvoudiger om de installatie later te volgen, aan te passen of uit te breiden.
Moffen en hulpstukken
Om twee rechte PVC-buizen met elkaar te verbinden, gebruik je een mof. Dit is een kort verbindingsstuk waarin de uiteinden van beide buizen worden geschoven. Zo kun je langere, doorlopende leidingtrajecten maken zonder dat de buizen ten opzichte van elkaar verschuiven. Ter hoogte van een opbouwdoos worden de buisuiteindes ook meestal afgewerkt met plastic doppen/eindmoffen. Kies altijd een mof die overeenkomt met de diameter van de gebruikte elektriciteitsbuis, bijvoorbeeld 16 of 20 mm.
Daarnaast bestaan er verschillende hulpstukken om het leidingtraject van richting te laten veranderen:
- Met een bocht maak je bijvoorbeeld een hoek zonder de PVC-buis zelf te moeten buigen. Gebruik bij voorkeur ruime bochten: hoe scherper en hoe talrijker de bochten in een traject, hoe moeilijker het wordt om de draden of kabel door de buis te trekken.
- Met T-stukken kun je een leidingtraject opsplitsen en in verschillende richtingen verdergaan.
Let op
Let er wel op dat een T-stuk niet automatisch dezelfde functie heeft als een aftakdoos (zie verder): wanneer elektrische geleiders met elkaar moeten worden verbonden of afgetakt, gebeurt dat in een daarvoor geschikte en toegankelijke doos. Een T-stuk dient in de eerste plaats om het buizentraject te vertakken.Wartels en buisinvoeren
Wartels
Wartels worden gebruikt om een installatiebuis stevig aan te sluiten op een verdeelkast of inbouwdoos. Ze klemmen rond de kabels en zorgen, afhankelijk van het type, ook voor trekontlasting en afdichting tegen stof en vocht. Bovendien beschermen ze de kabel tegen beschadiging ter hoogte van de invoeropening.
Tip
Een PVC-montagebuis kun je bij lichte richtingsveranderingen zelf buigen, meestal met behulp van een plooiveer die in of over de buis wordt geplaatst. Die voorkomt dat de buis tijdens het buigen knikt of platgedrukt wordt. In de praktijk wordt echter vaak gekozen voor kant-en-klare bochten, zeker wanneer een nette hoek van 90° nodig is.
Bevestigingsmaterialen
Klemmen
Klemmen worden gebruikt om kabels of buizen rechtstreeks op een muur of plafond vast te zetten. Welk type klem je gebruikt, hangt af van de kabel of buis, de ondergrond en de belasting. Plaats de klemmen op regelmatige afstanden en voorzie indien nodig extra bevestigingspunten bij bochten en richtingsveranderingen.
- Nagelklem: een nagelklem bestaat uit een kunststof klem met een kleine nagel. De kabel wordt in de klem gelegd, waarna de nagel in de ondergrond wordt geslagen met een hamer.
- Toepassing: kleine kabels bevestigen op hout of andere ondergronden waarin de nagel voldoende houvast krijgt.
- Slagklem: een slagklem werkt met een inslagnagel die rechtstreeks in een gat in de muur of vloer wordt geslagen. Daardoor is ze geschikt voor harde ondergronden zoals beton en metselwerk, waarop een gewone nagelklem moeilijk te bevestigen is. Naast inslagnagels, kan je natuurlijk ook werken met schroeven en pluggen. Afhankelijk van de ondergrond ga je moeten voorboren (met een schroefboormachine of klopboor).
- Toepassing: snelle bevestiging van kabels of buizen op beton of metselwerk.
- Beugelklem: een beugelklem omsluit de kabel of buis gedeeltelijk of volledig en wordt met een schroef, en indien nodig een plug, tegen de ondergrond bevestigd. Deze bevestiging is steviger en robuuster dan een eenvoudige nagel- of slagklem en is daarom bijzonder geschikt voor stijve PVC-montagebuizen en zwaardere kabels.
- Toepassing: het stevig bevestigen van buizen en kabels bij opbouwinstallaties, zowel tegen muren als plafonds.
Clips
Werk je met kabels in buizen, dan kan je ook gebruik maken van clips. De buis wordt eenvoudig in de clip geklikt en klemt hier stevig in vast. Ook het monteren van de clips in volle materialen is behoorlijk eenvoudig: met pluggen en schroeven, maar het kan ook zonder schroef. Soms zijn clips uitgerust van een klembevestiging voor een vlotte montage.
Idealiter zijn de clips aan de zijkant uitgerust met een extra verbinding, als je één clip hebt vastgezet, kan je er een tweede, en zelfs een derde aan bevestigen.
Dozen voor opbouwinstallaties
Bij een inbouwinstallatie worden schakelaars en stopcontacten geplaatst en aangesloten op de ingewerkte kabels in inbouwdoosjes, die met gipspleister in uitsparingen in een stenen muur worden vastgezet. Bij een opbouwinstallatie wordt er met opbouwdozen gewerkt.
Opbouwdozen
Een opbouwdoos heeft in grote lijnen dezelfde functie als een inbouwdoos: ze vormt de behuizing waarin je een stopcontact, schakelaar of ander elektrisch mechanisme monteert en waarin de elektrische draden veilig worden aangesloten aan stopcontacten en schakelaars (met een striptang en een kniptang).
Een opbouwdoos bevestig je rechtstreeks op de muur, met schroeven en pluggen. De leidingen of kabels lopen daarbij meestal eveneens zichtbaar over de muur en worden via een daarvoor voorziene invoeropening in de doos gebracht. Vervolgens monteer en verbind je het mechanisme in de doos en werk je het geheel af met de bijbehorende afdekking.
Opbouwdozen bestaan in verschillende formaten en uitvoeringen. Afhankelijk van het gekozen systeem kan ook de diepte verschillen. Een diepere doos biedt meer plaats voor bedrading en aansluitingen en kan nodig zijn bij bepaalde mechanismen of wanneer meerdere draden in de doos samenkomen. Daarnaast bestaan er enkelvoudige en meervoudige opbouwdozen, zodat je bijvoorbeeld meerdere stopcontacten of een schakelaar en stopcontact naast elkaar kunt plaatsen.
Let bij je keuze niet alleen op de afmetingen, maar ook op de compatibiliteit met het schakelmateriaal, de manier waarop de leidingen de doos binnenkomen en de omgeving waarin je ze plaatst.
Aftakdoos
Een aftakdoos wordt gebruikt om draden of kabels met elkaar te verbinden en om vertakkingen te maken in de elektrische installatie. Zo kun je bijvoorbeeld vanuit één voedingsleiding verschillende leidingen laten vertrekken naar stopcontacten, schakelaars of lichtpunten.
De leidingen komen via de daarvoor voorziene openingen de aftakdoos binnen, waarna de afzonderlijke geleiders in de doos met elkaar worden verbonden, meestal met lasklemmen. De doos beschermt deze verbindingen en zorgt ervoor dat ze netjes bij elkaar blijven.
Bij een installatie in opbouw wordt de aftakdoos rechtstreeks op de muur of het plafond bevestigd en blijft ze zichtbaar. Plaats ze daarom bij voorkeur op een logisch punt waar verschillende leidingtrajecten samenkomen. Zorg er bovendien voor dat de aftakdoos bereikbaar en toegankelijk blijft, zodat je de verbindingen later kunt controleren, aanpassen of uitbreiden.
Tip: de IP-waarde
Voor vochtige of stoffige ruimtes gebruik je opbouwmateriaal met een geschikte beschermingsgraad (IP-waarde):
- IP44 is bijvoorbeeld beschermd tegen spatwater en is geschikt voor plaatsen waar het materiaal aan vocht of waterspatten kan worden blootgesteld.
- Is er kans op waterstralen, bijvoorbeeld in een garage, werkplaats of buitenomgeving waar met een tuinslang of waterstraal wordt gewerkt, dan is IP55 of hoger aangewezen.
Goten
Kabelgoten
Kabelgoten zijn kunststof of metalen goten waarin meerdere kabels naast elkaar kunnen worden gelegd. Ze worden vaak gebruikt wanneer er veel kabels moeten worden geïnstalleerd. Dit geeft een nettere en meer afgewerkte uitstraling. De kabels blijven gemakkelijk bereikbaar doordat de goten meestal een afneembaar deksel hebben.
Omdat je er ook andere kabels in kwijt kan - denk maar aan kabels voor dataverbindingen - worden kabelgoten vaak gebruikt in kantoren en bedrijven. Toch kunnen ze zeker ook in meer huiselijke situaties hun dienst bewijzen.
Wie voor een systeem met kabelgoten kiest, kan alle aansluitingen in die goten maken, de schakelaars en stopcontacten moeten wel aangepast zijn aan het systeem.
Lees hier hoe je kabelgoten installeert
Draadgoten
Draadgoten zijn kunststof kokers, meestal voorzien van sleuven aan de zijkanten, waarin afzonderlijke draden overzichtelijk worden geleid. Ze worden vooral gebruikt in verdeel- en schakelkasten, waar ze helpen om de bedrading tussen automaten, klemmen en andere componenten netjes te ordenen.
Dankzij de sleuven kunnen draden op verschillende plaatsen uit de goot worden geleid naar de component waarop ze moeten worden aangesloten. Een afneembaar deksel houdt de bedrading op zijn plaats en zorgt tegelijk voor een verzorgde afwerking.
Extra's
Kabelbinders
Kabelbanden of kabelbinders (tie-wraps) zijn kunststof bandjes waarmee kabels gebundeld kunnen worden. Ze worden vaak gebruikt om meerdere kabels netjes samen te houden.
Montageband
Montageband is een geperforeerde metalen of kunststof band die op maat kan worden geknipt. Dankzij de perforaties kan de band eenvoudig met schroeven worden bevestigd. Montageband wordt gebruikt om buizen, kabelbundels, kabelgoten of andere installatiedelen vast te zetten wanneer standaardklemmen niet geschikt zijn.
Tussenoplossing: de valse wand
Moet je elektriciteit bijplaatsen in opbouw, maar je wil echt niet dat de leidingen zichtbaar zijn? Dan kan je er uiteraard ook gewoon een gipswand voor plaatsen. Zeker bij elektriciteit dat je bijplaatst op een zolder, is dat vrij gebruikelijk. Dan zitten de kabels uiteindelijk toch "in de muur". Hiervoor werk je met specifieke inbouwpotjes voor gipswanden.
Hollewanddozen
Waar een stopcontact of schakelaar in de muur moet komen, moet er een uitsparing gemaakt worden in het gipskarton. In die uitsparing komt een inbouwpotje om dan later het effectieve stopcontact aan te sluiten.
De uitsparing maak je met een klokboor (op maat van het inbouwpotje, standaard is dat een van 68 mm diameter). Het potje zelf zet je goed vast met een schroevendraaier. Zodra het op z’n plaats zit, draai je de schroeven aan. Het klemmetje schuift over de schroefdraad en klemt het potje vast.
Let ook op de positie van het potje: twee schroeven zitten in een afgeplatte behuizing, twee in een ronde. De platte zijdes zijn de zijkanten. Die moeten perfect verticaal komen te zitten. Aan de achterzijde van het potje kan je stukken openbreken om de aanwezige draden door te trekken. De aansluiting van de stopcontacten en schakelaars
Moet je een uitsparing maken voor een dubbel stopcontact of twee schakelaars naast elkaar? Dan moet je twee uitsparingen maken naast elkaar. De twee ronde gaten verbind je dan en zaag je uit met een gipskartonzaag.








