naar top
Menu
Logo Print

BUITENMUREN ISOLEREN AAN DE BINNENZIJDE

Mogelijkheden en beperkingen

Het isoleren van buitenmuren gebeurt het best aan de buitenkant of via de spouw. Indien onmogelijk, kan er ook via de binnenzijde geïsoleerd worden. De techniek is niet populair, omdat hij een risico op bouwschade met zich meebrengt. Nochtans kan de vakman dat risico sterk inperken. In dit artikel gaan we dan ook na wanneer isoleren aan de binnenkant mogelijk is, wat de beperkingen en aandachtspunten zijn, dit aangevuld met heel wat praktische tips om binnenisolatieprojecten toch tot een goed einde te brengen.

ISOLEREN VAN MUREN

Waar in het verleden de nadruk vaak op dakisolatie lag, is die de jongste jaren sterk verschoven naar het isoleren van buitenmuren. Daarvoor zijn drie oplossingen:

  • isoleren aan de buitenzijde;
  • isoleren via de spouw;
  • isoleren aan de binnenzijde.

Isoleren aan de buitenzijde is technisch gezien nog steeds de beste oplossing, vooral vanwege het vochtgedrag. Het verandert echter het uitzicht van de gevel en kan in sommige gevallen onmogelijk zijn. Dan is het isoleren van de spouw een goed alternatief. Indien de spouw afwezig of te smal is, blijft isoleren aan de binnenzijde de enige mogelijkheid.

ISOLEREN AAN DE BINNENZIJDE

In België wordt isolatie aan de binnenzijde weinig toegepast, terwijl het in het buitenland soms de gangbare manier is. In Vlaanderen krijg je er geen premie voor. In Wallonië en Brussel wel, maar ook daar zijn de premies lager dan voor het buitenalternatief. De grootste reden daarvoor is ons vochtige klimaat. Daardoor krijgen onze muren heel wat water te slikken. Bij niet-geïsoleerde muren vormt dat geen groot probleem: de muur warmt voldoende op om het vocht te laten verdampen. Problemen ontstaan pas wanneer dat onmogelijk wordt.

AANDACHTSPUNTEN VOOR HET PLAATSEN VAN ISOLATIE

Vocht- en vorstbelasting

Na de plaatsing van binnenisolatie blijft de gevel in de winter een heel stuk koeler dan voordien, waardoor de gevel langs buiten minder kan uitdrogen. Ook langs binnen is dat het geval: de isolatie verhindert de gevel om het vocht naar binnen te laten verdampen (zie figuur). Dat kan op zijn beurt aanleiding geven tot vorstschade. Een gevel met een hoge regenbelasting moet dus zeker voorzien worden van een regenafdichting aan de buitenkant, die dampopen is, opdat de gevel toch zou kunnen uitdrogen. Een mogelijk gevaar stelt zich dus bij dampdichte gevelafwerkingen, die bij geklasseerde gebouwen niet mogen worden verwijderd. Veel zal afhangen van de slagregenbelasting en de temperaturen waaraan het gebouw blootstaat.

Opstijgend vocht

Hetzelfde geldt voor opstijgend vocht. Door het plaatsen van binnenisolatie vermindert de droging. Het vochtfront kan zich dan verplaatsen naar een grotere hoogte in het metselwerk, wat het probleem substantieel erger maakt. Opstijgend vocht moet dus eerst worden aangepakt door middel van een waterkerende laag.

Inwendige condensatie

Een tweede groot probleem is inwendige condensatie. Mensen brengen waterdamp voort, die een bepaalde dampdruk (pv) creëert. Naarmate de dampdruk binnen stijgt, zal de waterdamp steeds sterker willen migreren naar een ruimte met een lage dampdruk (buiten). De mate waarin waterdamp zich door een bepaald materiaal verplaatsen kan, wordt aangegeven door het diffusieweerstandsgetal (µ). Het probleem is nu dat damp makkelijker doorheen sommige isolatie-materialen reist dan door baksteen. Het vocht zal zich dus ophopen tussen isolatiemateriaal en muur, waar het 's winters door de lagere temperatuur kan condenseren. Omgekeerd kan in de zomer de temperatuur van het metselwerk hoger worden dan die van het isolatiemateriaal, waardoor er een tegenovergestelde dampstroom ontstaat. Het water kan dan condenseren tussen het isolatiemateriaal en de binnenafwerking.Om inwendige condensatie te vermijden, moet de isolatie aan de binnenzijde dus dampremmend worden uitgevoerd. Nieuwere binnenisolatiesystemen zijn 'capillair actief' uitgevoerd en bufferen de waterdamp in de isolatielaag (zie figuur).

Houten constructiedelen

De aansluiting van houten vloeren en balken in de gevel kan door het hogere vochtgehalte in de gevel degraderen en aan de uiteinden wegrotten. Een goede afdichting van de aansluiting tussen muur en balk is dan noodzakelijk, maar daarvoor moet de bestaande vloer vaak worden opengebroken.

Koudebruggen

Waar de isolatie onderbroken wordt door een ander bouwdeel, kunnen er nieuwe koudebruggen ontstaan. Bestaande koudebruggen kunnen verergeren wegens het grotere temperatuurverschil. Het is niet eenvoudig om deze te vermijden. Vaak is het zelfs onmogelijk.Koudebruggen leiden uiteraard tot energieverlies, maar door de temperatuurverschillen kan er daarbij water condenseren aan de oppervlakte van het bouwdeel. Bij een hogere relatieve luchtvochtigheid over een langere periode kan zich schimmel vormen. Om dat te voorkomen, is een goede ventilatie heel belangrijk. Daarnaast worden de temperatuurverschillen in het metselwerk groter, wat aanleiding tot scheuren kan geven. Voorts moeten bouwknopen goed gedetailleerd worden. Probeer waar mogelijk toch een minimale isolatiedikte rond de koudebruggen te voorzien, om de verschillen zo klein mogelijk te houden. Bij de aansluiting van een binnenmuur op een buitenmuur kan het koudebrugeffect worden verminderd door randstroken te voorzien (zie figuur).

Luchttransport

Luchtinfiltratie en -exfiltratie door de wandconstructie moeten worden voorkomen. Ook luchtcirculatie tussen de gevel en de isolatie is uit den boze. Bij het plaatsen van isolatie moet de bestaande luchtdichte laag (pleisterwerk) vaak verwijderd worden, maar die moet achteraf worden hersteld. Aandachtspunten zijn voorts oneffen-heden op de oorspronkelijke gevel, een correcte afdichting van de aansluiting tussen de gevel en de isolatie, en het voorkomen van doorboring van de isolatie. Als die laatste toch noodzakelijk is, bijvoorbeeld voor technische aansluitingen, moeten die luchtdicht worden uitgevoerd met behulp van luchtdichte wandcontactdozen en manchetten voor de doorvoer van leidingen.

KEUZE VAN HET ISOLATIESYSTEEM

Voor het isoleren van binnenmuren bestaan twee systemen: dampremmend (voorzien van een dampscherm of dampremmend isolatiemateriaal) en capillair actieve systemen zonder dampscherm. Welk systeem het meest geschikt is voor het project, hangt af de bouwfysische eigenschappen van de woning. Er zal dus een uitgebreide bouwfysische studie aan moeten voorafgaan. Binnenisolatiesystemen kunnen verder worden opgedeeld aan de hand van het draagsysteem, elk met hun eigen voor- en nadelen.

Verkleefd systeem

Materiaal dat direct op de muur wordt verlijmd, biedt het voordeel dat er geen extra draagstructuur vereist is. Het materiaal biedt veel flexibiliteit in de detaillering. Daartegenover staat dat de bestaande muur voldoende draagkrachtig moet zijn, voldoende vlak en niet te zuigend. De bestaande binnenafwerking wordt bij voorkeur verwijderd. Om de luchtdichtheid te garanderen, is het nodig gebruik te maken van volverkleving of noppen met randverkleving. Bij gebruik van capillair actieve systemen is een specifieke lijmmortel en binnenafwerking vereist.

Stijl- en regelwerk

De isolatie kan daarnaast ook worden bevestigd door middel van een extra draagconstructie van metaalprofielen of een houten stijl- en regelwerk. De systemen beschikken vaak over een voorzetwand uit een hard en stijf materiaal. De isolatie wordt dan tussen voorzetwand en draagconstructie geplaatst. Het voordeel is hier dat er geen eisen aan de bestaande muur worden gesteld. De dragende constructie kan zelfs vrijstaand van de wand worden geplaatst. Bij een dampremmend systeem is het wel van groot belang dat het dampscherm goed op het systeem is afgesteld. Bij een gebruik van een metalen stijl- en regelwerk bestaat bij sommige systemen het risico dat de draagconstructie zelf een koudebrug vormt.

Prefabsystemen

Geïntegreerde voorzetwanden zijn snel en eenvoudig op grote oppervlakken aan te brengen. Ze moeten loodrecht en over de volledige verdiepingshoogte worden bevestigd. Het risico op luchtcirculatie bestaat, maar kan worden vermeden door de voegen en de zijkanten volledig luchtdicht af te sluiten. De detaillering rond ramen en deuren is dan weer lastiger.

BEPALEN VAN DE ISOLATIEDIKTE

Bij het isoleren van buitenmuren aan de binnenzijde gaat 'hoe dikker de isolatie, hoe beter' niet altijd op. Hoe dikker de isolatie, hoe groter immers de hygrothermische risico's. Bij verbetering van de warmteweerstand van de gevel tot minder dan 1,0 m²K/W (wat ongeveer overeenkomt met een isolatiedikte van 4 cm, λ = 0,040 W/(m²K), zijn die risico's klein. De benodigde isolatiedikte voor een gevraagde U-waarde hangt uiteraard af van het gebruikte materiaal, maar ook van de nauwkeurigheid van de detaillering. Koudebruggen en luchtcirculatie hebben niet enkel een grote invloed op de staat van de muur, maar ook op het isolerende vermogen.

GEVAL PER GEVAL BEKIJKEN

Soms is het onmogelijk om al de bovenstaande risico's volledig te vermijden. Dat betekent niet dat de plaatsing van binnenisolatie dan geheel onmogelijk wordt. Alles hangt af van de detaillering. Koudebruggen bij de aansluiting van tussenverdiepingen kunnen net als bij binnenmuren (gedeeltelijk) worden opgevangen door het plaatsen van randstroken. Dat gebeurde, met succes, bij het historische gebouw van de Koning Boudewijnstichting. Ook de afwerking rond ramen en deuren kan aanleiding geven tot het ontstaan van koudebruggen. Een oplossing kan dan zijn om de raamprofielen te vervangen door kleinere exemplaren, opdat de isolatie tot in de profielen zou kunnen doorlopen. Ook een hoge regenbelasting hoeft niet per se noodlottig te zijn. Bij een studie naar de haalbaarheid voor binnenisolatie in het beschermde historische stationsgebouw van Leuven bleek dat het aantal vorstdooicycli per jaar in de gevel nauwelijks steeg (van 45 naar 57), maar het aantal 'natte' vorstdooicycli (vriestemperaturen, wanneer de muur nat staat) steeg wel van 1 naar 8. Er werd beslist om toch te isoleren: het gebouw had toch al meer dan honderd jaar één natte vorstdooicyclus meegemaakt en zou de stijging dus wel kunnen slikken. Bij binnenisolatie is de boodschap dus om de bestaande situatie grondig te analyseren: niet elk risico is onoverkomelijk, maar details en de afwerking kunnen een hemelsbreed verschil maken.

Deze tekst is gebaseerd op de brochure 'Binnenisolatie van buitenmuren', uitgegeven bij het VEA, en de gelijknamige lezing van prof. dr. ir. arch. Staf Roels voor de Bouwunie. De figuren zijn overgenomen uit deze bronnen.